Sluiten
RadarLimburg
De Grens
Introductie
Toekomst
Feit
Geschiedenis
Opinie
Introductie

Limburg, een regio met veel gezichten, vervlochten met vier naties, culturen en talen. Met piketpaaltjes op willekeurige locaties, geslagen bij een reeks vredes, verdragen en verordeningen. Voor iedereen een perifere regio, die vooral zichzelf moet redden. Deze Radar brengt dat geredder in woord en beeld.

Toekomst

Limburgs toekomst ligt buiten de provinciegrenzen, zoveel staat vast. Om de hoek, in de euregio, dan wel breder, in de grensregio Nederland-Vlaanderen. En Europa zal ook meebepalen. Denk aan de Brexit-effecten die nu nog nauwelijks in te schatten zijn.

Feit

Grenzen als diffuse overgangsgebieden, Limburg heeft er dagelijks mee te maken. In Vaals ga je naar de stad in het buitenland. Wilde zwijnen wroeten waar het ze uitkomt, in Hollandse, Waalse of  Duitse tuintjes. En doorleren doe je in Heerlen, Hasselt of Aken, ongeacht je nationaliteit. Het kost vaak moeite, maar loont wel.

Geschiedenis

De winkel en de natuur in, dat doen grensbewoners wel met regelmaat bij de buren. Cultuur is al een ander verhaal, zakendoen een uitzondering. Het Europese Interreg-programma probeert te stimuleren, maar met gemengd resultaat: "te bureaucratisch".

Opinie

Hier de Limburg-watchers aan het woord. Burgemeester Reg van Loo: 'slecht die grenzen'. Cultuurman Ger Essers: 'zonder taalkennis blijft ons IJzeren Gordijn'. Gouverneur Theo Bovens: 'nationale tegenwind voor de regio'. Vlaming en politicus Jan Peumans: 'cultuurmuur is niet te nemen'.

Sluiten

Jacht op Duitse zwijnen

Jacht op Duitse zwijnen
Jacht op Duitse zwijnen
Auteur
Ruben Weekers
Bron
Reportage zwijnenjacht
Datum
01-05-2018
4
Open item
Reageer op dit item

De wilde zwijnenpopulatie in Limburg groeit exponentieel. De dieren steken vanuit Duitsland en België de grens over. Hierdoor stijgt het aantal aanrijdingen met wilde varkens. Het provinciebestuur vestigt daarom haar hoop op de ongeveer 1.800 jagers die Limburg telt. Zij staan voor een zware klus; het valt namelijk niet mee om de zwijnenpopulatie in te tomen wanneer je gemiddeld zestig uur bezig bent om één zwijn te schieten.

 

 

Of we vanavond een zwijn te zien krijgen, durft Bart Hanssen (34) niet met zekerheid te zeggen. Terwijl onze ogen aan de duisternis wennen, lopen we richting hoogzit. Deze mobiele jachthut van zo’n twee meter hoog staat tussen de bosrand en een open veld waar wintergerst op groeit. Vanuit daar zullen we de hele avond de bosrand van nationaal park De Meinweg in de gaten houden. Terwijl zijn uit de kluiten gewassen jachtgeweer om zijn schouder bungelt, vertelt Bart dat de zwijnen door hun superieure zintuigen een erg moeilijke prooi zijn. ‘’Ze horen en ruiken alles.’’

Bij de hoogzit haalt hij een bellenblaas uit zijn zak. Met een kundige zwaai fabriceert hij een zeepbel die rustig meedeint op de wind. ‘’Het is erg belangrijk dat we weten hoe de wind staat. Als die onze geur richting de zwijnen blaast, kunnen we het al vergeten voor vanavond.’’ Zo stil mogelijk beklimmen we de hoogzit, om vervolgens geruisloos plaats te nemen in het knusse hokje van ongeveer twee bij één. ‘’Maximaal honderd meter mogen ze van ons af staan voor ik ze kan raken’’, legt Bart uit terwijl hij met zijn verrekijker over het open veld tuurt. Het schot moet namelijk meteen dodelijk zijn. En dat is pas als hij het zwijn recht in het hart raakt. 
 

Reeën en zwijnen

Vanuit de Duitse Eiffel en de Belgische Ardennen kwamen de zwijnen Limburg ooit binnen. Alleen in nationaal park De Meinweg en natuurgebied Meerlebroek mogen ze nu voorkomen. In andere Limburgse natuurgebieden zoals de Kempenbroek, de Peel en het Vijlenerbos geldt een zogenaamde ‘nuloptie’; in principe mag daar elk wild varken worden afgeschoten.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Na een halfuur in de hoogzit heeft Bart nog geen zwijnen in zijn vizier gehad. Wel zien we een zestal reeën die in alle rust staan te grazen. ‘’Reeën en zwijnen gaan niet samen. Dus mochten er zwijnen komen, zien we dat waarschijnlijk meteen aan de reeën. Die zijn dan in no time weg.’’ De reeën hebben overigens niks te vrezen van jager Bart, het aantal reeën dat moest worden afgeschoten voor deze zomer is namelijk al gehaald. Deze dieren hebben dus mazzel.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Iedere week

Na een uur in de hoogzit is er nog geen spoor van een zwijn te bekennen. Zouden ze ons al in de smiezen hebben? Bart: ‘’Het kan dat ze ons al gehoord of geroken hebben. De beste tijd om zwijnen te bejagen is sowieso ’s nachts. We zijn dus nog vrij vroeg. Toch moeten we het voornamelijk hebben van de avonden. Iedere jager heeft ook een baan en een gezin waardoor het moeilijk is om ’s nachts te gaan. Af en toe ga ik in het weekend de hele nacht in het bos zitten. Maar dat kan dus lang niet iedere week.’’ Terwijl we praten, houdt Bart nauwlettend het open veld in de gaten. Met behulp van zijn verrekijker en de infraroodlens op zijn jachtgeweer speurt hij naar een nietsvermoedend wild zwijn.  Dat het minste of geringste geluid roet in het eten kan gooien, bewijst Bart zelf wanneer zijn geweer iets te hard neerkomt op de vloer. ‘’Shit’’, vloekt hij zacht, ‘’dit geluid kan ze al hebben verjaagd.’’

Laat hier een reactie achter

Vul onderstaand formulier in om een reactie achter te laten op dit artikel.
Uw reactie wordt eerst door de redactie gecontroleerd, alvorens deze wordt geplaatst bij het artikel.

Naar boven
Copyright 2018 - RadarLimburg - Jacht op Duitse zwijnen - De Grens - Thema's