Sluiten
RadarLimburg
Hallo Venlo
Introductie
Toekomst
Feit
Geschiedenis
Opinie
Introductie

Venlo is qua inwoneraantal de tweede stad van Limburg maar straalt dat niet uit. Plannen op het gebied van economie, stadsontwikkeling en cultuur moeten daar verandering in brengen. RadarLimburg ging op zoek naar wat Venlo Venlo maakt. "Het volume van Venlo is bij het ego van de Venlonaar gaan passen."  

Toekomst

Venlo zal volgens Jan Brouwers van citymarketingbedrijf Venlo Partners nooit een échte studentenstad worden. Hoe gaat Venlo zich de komende jaren profileren? Bert Mennings (Limburgs Museum) en Paulo Martina (Museum Van Bommel Van Dam) beloven samen op te trekken om Venlo een nieuw cultureel profiel te geven. Ook kan Venlo binnenkort een goede sier maken met Nationaal Park De Maasduinen.

Feit

De gedachte is dat grensoverschrijdende criminaliteit tussen Limburg en Duitsland toeneemt, maar er zijn geen cijfers die dat staven. Wat wel meetbaar is, is dat de regio Noord-Limburg de meeste Duitse werknemers heeft. 

Geschiedenis

Een vijver middenin het stadscentrum vertelt het verleden over Venlo als vestigingstad. In een tijdlijn lees je alles over de opknapbeurt van de beruchte Venlose wijk Q4 die al tientallen jaren duurt. Jasper Kuntzelaers (PvdA) vertelt hoe de verhouding tussen Noord- en Zuid-Limburg vervaagde en hoe het kleine Venlo tegenover het grote Maastricht verdween.

Opinie

De vastelaovend, de dynamische stedenbouw en het 'genäöl' zijn kenmerken die bijdragen aan de identiteit van Venlo. Ook supermarkt Die 2 Brüder is onmiskenbaar in de binnenstad. De stad is volgens columnist Sef Derkx de meest Duitse stad van Nederland. Volgens stadsgeograaf Jos Gadet is Venlo in Duitsland veel bekender dan in Nederland. 

Sluiten

Musea trekken samen op

Musea trekken samen op
Musea trekken samen op
Auteur
Emile Hollman
Bron
Paulo Martina, Bert Mennings, Zuiderlucht, Dagblad De Limburger, diversen
Datum
28-05-2019
5
Open item
Reageer op dit item

Sinds kort hebben de twee grote musea in Venlo een nieuwe directeur. Bert Mennings (Limburgs Museum) en Paulo Martina (Museum van Bommel Van Dam) beloven samen op te trekken om Venlo een nieuw cultureel profiel te geven. “Dat blik hier is een gruwel.”

 

Sinds kort hebben de twee grote musea in Venlo een nieuwe directeur. Bert Mennings (Limburgs Museum) en Paulo Martina (Museum van Bommel Van Dam) beloven samen op te trekken om Venlo een nieuw cultureel profiel te geven. “Dat blik hier is een gruwel.”

“Thielen is heerlijk”, lacht Bert Mennings (Babberich, 1968). “We gaan tussen de 90.000 en 100.000 bezoekers halen. Dat is zes keer zoveel publiek als anders. Ik zit morgen aan tafel met de architect over hoe dat verder moet met slechts één draaideur. Het gebouw piept en kraakt, maar dat is heel goed.”

Het succes van de tentoonstelling met werk van de realistische in Venlo geboren schilder Evert Thielen maakt volgens Mennings ook de economische mogelijkheden zichtbaar. “Ondernemers in Venlo vragen ons wanneer de volgende tentoonstelling gepland staat. Ze moeten het succes eerst ervaren voordat ze er zelf ook in stappen. Waarom deze tentoonstelling zo goed loopt? Omdat er veel publiek is voor realisme in Nederland en dat publiek wordt weinig bediend. En het is een goede tentoonstelling. Het grote publiek komt niet naar een slechte tentoonstelling. Hier speelt ook de magie van de veelluiken een rol, bovendien is het een oeuvre-tentoonstelling over vijftig jaar.”

Paulo Martina (Curaçao, 1964) is ook net pas aangetreden als directeur van Museum van Bommel van Dam. Dit museum beheert voornamelijk een collectie schilderkunst van na de Tweede Wereldoorlog. Martina werkte bij Dr8888, het museum voor moderne kunst in Drachten - Mennings komt van het Cobramuseum in Amstelveen. In het Limburgs Museum gaat het vooral om erfgoed.

Nuchter zijn

De twee nieuwe directeuren vonden elkaar snel en spraken meteen af samen te gaan werken. Dat dit eerder weinig gebeurde verbaast Martina niet. “Ik heb hetzelfde meegemaakt in Friesland. In Drachten waren wij het grootste museum in de regio, en als ik de kleintjes een uitnodiging stuurde, waren ze bang dat ik ze over ging nemen. Maar hetzelfde gold ook voor mij als het Fries Museum toenadering zocht: wat moeten ze van me? Je moet nuchter zijn en elkaar versterken, concurreren heeft totaal geen zin, zeker als je naast elkaar zit.” Bert Mennings: “Venlo is omgeven door sterke regio’s: Nijmegen/Arnhem, Eindhoven/Brabant en Maastricht. Als wij de culturele trekker van de Euregio Noord-Limburg willen zijn, dan hebben we elkaar heel hard nodig. In het eerste jaar gaat het nog niet om het grote bereik maar vooral om zichtbaarheid.”

Lange adem

Het valt in Venlo nog niet mee om publiek te generen uit de regio’s eromheen, zo ondervonden de voorgangers van Martina en Mennings. Paulo Martina: “Ik kan me voorstellen dat mijn voorganger een beetje teleurgesteld was over de connectie met Duitsland maar dat heeft alles met communicatie te maken. Het is een kwestie van lange adem. Je moet continue bezig zijn met investeren van je netwerk. Alles wat je doet, moet natuurlijk ook in de Duitse taal gecommuniceerd worden.”

Mennings: “Wij zijn bezig met een consortium van twee Duitse en Nederlandse musea om gezamenlijke producties te maken. In het najaar gaat de eerste tentoonstelling open, daarna reist die langs de andere musea. Die opzet heeft voor- en nadelen; je wil je eigen signatuur behouden maar de wil tot samenwerken is er.”

Dorp

Martina: “Venlo groeit. Er zijn een aantal interessante ontwikkelingen: de universiteit van Maastricht die hier een campus heeft, er gebeurt veel in het onderwijs en transport en Océ is een grote speler. Het voormalige Floriadeterrein is een fantastische locatie, in potentie is er heel veel mogelijk. Wat ik wel al heb gemerkt, en dat vind ik een beetje overeenkomen met Friesland, is dat Venlonaren zelf niet heel erg trots zijn op hun stad. Er ligt heel veel kwaliteit maar ze vinden dat allemaal heel normaal. Het lijkt wat dat betreft een dorp hè. Maar het is geen dorp, het is een stad. Die aandacht mogen we wel opeisen.”

Waanzinnig goed

“Het gaat er wel om welke strategische beslissingen je neemt”, zegt Bert Mennings. “Als je Venlo inloopt, heb je die fantastische historische binnenstad. Maar wat me echt heel erg verraste, is die Maasboulevard. Als je ziet wat er voor ambitie uit spreekt, maar ook de ruimte voor schoonheid van die hele oever. Hij is vrijgelaten, prachtig. Dat heb je in Den Bosch ook, daar zijn de vestingwallen ook vrijgelaten en dan heb je het ruimte voor schoonheid en weids uitzicht. Dat je daarachter vervolgens het Kazerneterrein hebt dat ontwikkeld wordt door West 8 een van de beste bureaus ter wereld. Waanzinnig goed, die verbinding over de Maas.”

Bewust kiezen voor Limburg

Als het gaat om belangrijke beslissingen dan wijzen beide directeuren meteen naar het stationsgebied en het pand naast het Limburgs Museum waar voorheen Museum van Bommel van Dam in huisde. Mennings: “Kies dan even heel slim. Maak er een broedplaats van voor studenten die meteen na hun opleiding dingen uit kunnen proberen. Daar mag je als gemeente best op toeleggen. Het voormalige Floriadeterrein is een mooie plek, maar studenten willen ook in een stedelijke omgeving zitten. Denk aan Maya Meijer die de Westergasfabriek in Amsterdam heeft ontwikkeld met een hele duidelijke visie: een cultureel starterstarief en horeca die dat financiert. Ik heb een aantal gesprekken gevoerd met Venlonaren tussen de dertig en veertig jaar oud; opvallend genoeg waren sommigen na hun studie terug gekomen, die dus heel bewust kiezen voor Limburg en die echt iets willen. Heel interessant.”

Blik

Zowel Martina als Mennings vinden het belangrijk dat het gebied waar hun musea liggen slim aangepakt wordt. Mennings: “Als je uit het station komt, zie je vooral rondrijdend blik. Het is een gruwel voor elke voetganger. Hier moet de gemeente een goede beslissing in nemen. Dat is van essentieel belang.”

Beide directeuren mogen dan uitspreken graag samen te werken maar waar hebben ze het dan precies over? Paulo Martina: “Dat kan inhoudelijk, wij sluiten bijvoorbeeld ook aan bij de Thielententoonstelling. Maar dat zou ook kunnen op administratief gebied. En het stomste dat je kunt bedenken is dat je elkaar gaat beconcurreren op horeca. Het lijkt me voor de hand liggender dat je die gezamenlijk gaat uitbaten.”

Paulo Martina ziet het helemaal zitten met het Museum van Bommel van Dam. “De nieuwe ruimte in het voormalige postkantoor is geweldig: de plek is goed, het gebouw is goed, de architect is goed. Ik heb het gevoel dat ik in een snoepwinkel terecht ben gekomen. Ik denk dat het museum alleen al door het gebouw een uitstraling zou kunnen krijgen dat publiek trekt van ver buiten de regio.” De collectie ziet hij vooral als een uitdaging. “Die is mooi, maar ook eclectisch, er zit van alles tussen. Er zit geen hele heldere lijn in en dat geeft ook wel een paar uitdagingen.”

Subsidiestromen

Martina heeft nadrukkelijk de opdracht mee gekregen om nieuwe geldstromen voor het museum voor moderne kunst aan te boren. “Ze hebben me niet voor niets aangesteld. Ik ga op zoek naar draagvlak bij bedrijven in de regio. Maar ook naar hoe je winst kan maken door samen te werken en te kijken naar andere subsidiestromen en fondsen. Ik heb ontdekt dat die in het verleden bijna nooit zijn aangeschreven. Wel voor het buitenprogramma, waar we erg sterk in zijn. Het museum moet niet alleen zichtbaar zijn in gebouw maar ook in de  samenleving.” Martina zet ook in op behoud van de VBVD-prijs en belooft de vriendenclub van het museum nieuw leven in te blazen.

Noblesse oblige

Bert Mennings: “Zulke clubs moet je elke vijf jaar een nieuwe impuls geven. Bedrijven en de overheid dienen serieus middelen ter beschikking te stellen voor cultuur, dat is een goede investering. Ik snap ook niet dat ze in Venlo bezuinigen op én sport én cultuur. Investeer in wat gaat renderen voor een prettige woonplek! Ik snap ook wel dat bezuinigingen op de thuiszorg lastig te rijmen zijn met het financieren van een museum, maar de overheid moet cultuur ruimhartig ondersteunen en daar vooral consistent in zijn. En dat geldt ook voor het bedrijfsleven, noblesse oblige. Dat je geen museum sponsort als je mensen moet ontslaan begrijp ik, maar de recessie is voorbij.”

De cijfers van de musea schommelen. Momenteel piekt het Limburgs Museum met de Thielententoonstelling anders ligt het bezoekersaantal rond de 60.000 per jaar. Bij Museum Van Bommel Van Dam kwamen in 2017 nog maar 12.000 bezoekers, in de jaren daarvoor kon dat zomaar het dubbele aantal zijn. Voor Martina geldt dat de nieuwbouw minimaal 30.000 bezoekers per jaar moet trekken.

Volgens Paulo Martina behoren de collectie schilderijen van de zogenaamde Amsterdamse Limburgers (Lataster, Defesche, Molin, etc) en de Japanse prenten uit de 18e eeuw tot de kroonjuwelen.

Tajiri

Tja, en dan is er die Grote Kunstenaar uit de omgeving wiens wachters op de Maasbrug tussen Venlo en Blerick staan en wiens knopen in de stad zijn te vinden: Shinkichi Tajiri. Mennings maakte met het Cobramuseum al eens een tentoonstelling met de knopen van Tajiri in de tuin van Kasteel de Keukenhof. “In het Cobra Museum waren Constant en Tajiri mijn favoriete kunstenaars.”Maar Tajiri’s dochters Ryu en Giotta hebben zich nog niet gemeld. Voor zover zij weten ook niet bij de gemeente om van het oude museumgebouw een Tajiri-museum te maken. Martina: “Van Bommel Van Dam heeft altijd een goede relatie gehad met Tajiri’s. In het verleden waren er, zoals ik het heb begrepen, verschillende verwachtingen. Er zijn fouten gemaakt. Ik zou graag met een schone lei willen beginnen. Binnenkort ga ik de familie bezoeken; we hebben wat goed te maken.”  

 


 

 

 

 

 

 

 

 

 

Laat hier een reactie achter

Vul onderstaand formulier in om een reactie achter te laten op dit artikel.
Uw reactie wordt eerst door de redactie gecontroleerd, alvorens deze wordt geplaatst bij het artikel.

Naar boven
Copyright 2018 - RadarLimburg - Musea trekken samen op - Hallo Venlo - Thema's