Sluiten
RadarLimburg

Lezen en schrijven

Terug naar overzicht
Lezen en schrijven
Introductie
Toekomst
Feit
Geschiedenis
Opinie
Introductie

Het was echt schrikken toen we de cijfers tot ons door lieten dringen. Liefst honderdduizend Limburgers hebben zoveel moeite met lezen en schrijven dat ze het verwijsbriefje van de dokter niet kunnen lezen of de bijsluiter van hun medicijnen. Op het station moeten ze vragen naar de juiste trein. Maar ze zijn gewiekst in het verhullen van hun probleem. Je loopt er niet mee te koop natuurlijk. Hoe moeten we laaggeletterdheid zien in het licht van de ontlezing? En wordt er wel minder gelezen of wordt er juist anders gelezen? Limburgers gaan minder naar de bibliotheek dan andere Nederlanders, maar welke conclusies kun je daar uit trekken? De redactie van RadarLimburg ging op onderzoek uit. 

Toekomst

Toch nog controversieel, de vraag of er nu door de jeugd meer of minder wordt gelezen. Want wat doe je bij dat getuur op je mobiel? Het klassieke lezen, dat is zeker op zijn retour, zie het provinciale rapport over bibliotheekgebruik. Maar het tegenoffensief wordt ingezet: hoogleraren die in deze Radar uitleggen dat je met lezen je brein vitaal houdt en bestuurders die bereid zijn projecten te entameren en financieren. Let ook op de meesters en juffen voor de klas, die dapper het boek ter hand nemen en blijven voorlezen.

Feit

De cijfers liegen er niet om: een pak laaggeletterden in Limburg. Meer dan elders in het land. Vaak dialec kallen, het verklaart een stukje, en ook de zekerheid dat weinig onderwijs leidt tot geringe taalvaardigheid. Hier en daar houden senioren kleine leesklupjes in stand, en worden latere generaties wakkergeschud met een boekenweek voor jongeren. Hoopvol ook: allochtonen die in zes weken elementair Nederlands spreken. Motivatie lijkt het sleutelwoord. 

Geschiedenis

Niet kunnen lezen is maatschappelijk niet meekomen, zegt de wetenschap. En het verhaal van Roger Breemen bevestigt die wrange werkelijkheid. De problematiek groeide met de jaren. Zie hoe bibliotheken veranderden van boekentempels in activiteitencentra. Lees (!) hoe jongeren vooral gaan voor beeld. En zelfs de beeldverhalenbranche inmiddels een kwijnend bestaan leidt.

Opinie

Het zit ons niet lekker, die ontlezing. Recensent Koen Eykhout verwoordt het onbehagen, zij het met een vleugje relativering. Docenten blijven bevlogen literatuur onder de aandacht brengen. En we bedenken van alles: teksten zingen, dan onthoud je ze (Gé Reijnders), cursussen schrijverschap (Petra Quaedvlieg), en in het Limburgs Museum een project van Paul van Loon over taal met shocktherapie. Of moeten we omdenken, zoals in het scenario van Jan Bierhoff: straattaal is het nieuwe ABN en beelden zijn de nieuwe woorden?

Sluiten

'Er klonk afgrijzen en hier en daar een giebel'.

Column Roman Helinski
Column Roman Helinski
Auteur
Roman Helinski
Bron
column
Datum
01-10-2018
3
Open item
Reageer op dit item

Roman Helinski is schrijver. Voor RadarLimburg schreef hij een column over een bezoek aan een middelbare school in Amersfoort. Helinski (1983) groeide op in het Zuid-Limburgse Nuth. Zijn tweede roman De wafelfabriek verscheen in het najaar van 2017. 

Roman Helinski is schrijver. Voor RadarLimburg schreef hij een column over een bezoek aan een middelbare school in Amersfoort. Helinski (1983) groeide op in het Zuid-Limburgse Nuth. Zijn tweede roman De wafelfabriek verscheen in het najaar van 2017. 

Scholieren lezen nog maar nauwelijks. Onder de vlag van de Boekenweek voor Jongeren trokken eind september talloze schrijvers naar middelbare scholen. Zelf bezocht ik drie klassen 4havo in Amersfoort. De lerares Nederlands vertelde me vooraf dat de scholieren pas nét bezig waren met literatuur, en er nauwelijks iets vanaf wisten. Ze hadden dan ook geen idee wie ik was en mijn twee romans waren door hen niet gelezen. De realiteit van een jonge schrijver is dat niemand eigenlijk weet wie je bent, en weinig mensen je boeken nog hebben ontdekt, dus met die uitgangssituatie had ik aardig wat ervaring en weinig problemen. De scholieren bleken al snel vrijwel niks van literatuur te weten. Namen als Ferdinand Bordewijk, Willem Elsschot en Tommy Wieringa zeiden de meesten niets. Ze lazen liever fantasy, of ‘stukjes online’. Ik begon de les met het verzoek de ogen te sluiten en je hetgeen ik voorlas voor te stellen – dat deden de jongeren verrassend gehoorzaam. Ik las de heftigste scene uit mijn laatste roman De wafelfabriek hardop voor. Er klonk afgrijzen en hier en daar een giebel. Een tiener keek me uitdagend aan, die was geen zestien geworden om zijn ogen dicht te doen voor een schrijver die hij niet kende. De rest van het lesuur lag hij met zijn hoofd op de tafel. Gelukkig waren er genoeg geïnteresseerde kopjes te zien. Zoals de jongen die vooraan zat, en die tijdens het voorlezen ongeduldig zat te spieken met halfgesloten ogen. Hij droeg een Juventus-trainingspak en een Arabisch accent klonk door zijn Nederlands. Hoe meer ik vertelde over de boeken die ik belangrijk vond, en over mijn schrijfproces, hoe meer zijn ogen begonnen te fonkelen. Aanvankelijk was hij stil, maar hij vuurde na een tijdje vraag na vraag op me af. Veel gelezen had ook hij niet, maar ik zag aan de verrukte blik in zijn ogen dat hij niet kon wachten om daarmee te beginnen. Of dat nu echt door mijn enthousiasmerende verhaal kwam, waag ik te betwijfelen, misschien had hij gewoon dat ene duwtje nodig. Maar ik verliet aan het einde van de dag hoopvol gestemd de school. Er zullen altijd mensen zijn die willen lezen.

Laat hier een reactie achter

Vul onderstaand formulier in om een reactie achter te laten op dit artikel.
Uw reactie wordt eerst door de redactie gecontroleerd, alvorens deze wordt geplaatst bij het artikel.

Naar boven
Copyright 2018 - RadarLimburg - Column Roman Helinski - Lezen en schrijven - Thema's