Sluiten
RadarLimburg

Muziek in Limburg

Terug naar overzicht
Muziek in Limburg
Introductie
Toekomst
Feit
Geschiedenis
Opinie
Introductie

Muziekscholen die fuseren en kleiner worden, gezelschappen die klagen over vergrijzing, de provincie die er aan te pas moet komen om muziekonderwijs op scholen nieuw leven in te blazen.Is Limburg nog wel dé muziekprovincie? 
Cijfers en harde data liggen niet voor het oprapen en zijn vaak niet makkelijk te vergelijken. Maar dat de Maastrichtse muziekschool de afgelopen dertig jaar het aantal cursisten zag dalen van ruim drieduizend naar ruim elfhonderd, spreekt boekdelen.   
Het beeld is helder: de muziekwereld is dringend aan vernieuwing toe. De redactie van Radar Limburg ging op onderzoek uit en maakt de balans op.

Toekomst

Tegen de stroom in vernieuwen: met blaasmuziek 2.0. Limburg op de kaart houden als muziekprovincie: chillen met hiphop. De basis versterken via stimuleringsprogramma's als Door! Moet lukken.

Feit

Moeilijk om de cijfers achter de trend te vangen, maar muzikale scholing is niet meer voor de hand liggend. Toch is muziek manna voor het vitale brein, stellen de neurowetenschappers, hier en elders in Europa.

Geschiedenis

Iedere gemeente zijn eigen scala aan fanfares.Toonladders tussen de Limburgse genen. Het bracht ons Jan Cober. En Pussycat.

Opinie

Hoe het toch nog goed kwam. De verhalen van Arno Piters, Frans Swinkels, Renato Meli, Huub Claessens, Enrico Delamboye, Jean-Pierre Cnoops, Pieter Jansen en Michael Haimes. Encore!

Sluiten

Jan Cober: genieten

Jan Cober: genieten
Jan Cober: genieten
Auteur
Emile Hollman
Bron
Jan Cober
Datum
01-11-2017
5
Open item
Reageer op dit item

Jan Cober, klarinettist en dirigent bij onder andere Sainte Cécile in Eijsden en de Koninklijke harmonie van Thorn maakt zich zorgen over de toekomst van de Limburgse muziekwereld. “Als we op concours gaan zeg ik: geniet nou ook eens van wat je voelt als je samen muziek maakt.”

Het is zondag en Jan Cober heeft net de repetitie geleid van de Koninklijke Harmonie van Thorn, ook wel de Bokken genoemd. In dit muzikale nest werd hij in 1951 geboren. Net als zijn vader speelde hij er klarinet. Nu staat hij voor de tweede periode in zijn leven voor het orkest. “De familie is altijd een van de pijlers van de harmonie geweest. Je kreeg je opleiding van iemand uit de harmonie die zijn ziel en zaligheid legde in de opleiding.”  

Toen hij begon met spelen, hadden Léon Adams en zijn vrouw net Kreato opgericht, zeg maar de muziekschool van Thorn die later zou uitgroeien tot een van de meest aansprekende muziekinstituten van Nederland. “In die tijd, begin jaren zestig, waren de stedelijke muziekscholen in plaatsen als Weert, Sittard of Maastricht niet georiënteerd op blaasmuziek. En dat is heel lang zo gebleven”, zegt Cober. Daarmee verklaart hij het succes van Kreato. “De jonge muzikanten van de harmonieën gingen uiteindelijk studeren aan het Conservatorium en keerden als docent terug bij de verenigingen.”

De muziekscholen kregen volgens Cober weer meer leerlingen toen er eisen werden gesteld aan de kwaliteit van onderwijs. Totdat tegen het einde van de vorige eeuw het Rijk besloot dat het geld voor muziekonderwijs voortaan niet meer rechtstreeks naar de muziekscholen ging, maar naar de gemeentes. Daar werden andere, meer populistische, keuzes gemaakt bij het uitdelen van subsidies. De muziekscholen kregen minder. Het gevolg: de lessen werden terug gebracht tot een kwartier.

Pikken het niet 
De orkesten pikten dat niet en dus begonnen ze weer met een eigen opleiding. Het bleek de nekslag voor bijvoorbeeld Kreato. Vijf jaar geleden is Kreato als Myouthic uit de as herrezen. “Het is tenminste iets”, zegt Cober voorzichtig. 

Dat het muziekleven in plaatsen als Eijsden en Thorn nog intact is, komt volgens Jan Cober omdat de gemeenschap nog hecht genoeg is. “Tegelijk is er zoveel keuze voor jonge mensen. Neem mijn eigen zoon, die speelt wel, maar denkt er niet over om op zondagmorgen om tien uur te komen repeteren als hij de dag van tevoren op stap is geweest.”

De jaren hebben Cober geleidelijk tot andere inzichten gebracht. Van oudsher geldt er muzikale rivaliteit tussen de Kerkelijke (harmonie St. Michaël) en de Koninklijke (harmonie van Thorn), ook wel de geiten en de bokken genoemd. Vaak veranderde het podium van bijvoorbeeld het WMC in een arena als de bokken en de geiten in dezelfde afdeling uitkwamen.

Bloedfanatiek   
Was hij zelf jarenlang de bloedfanatieke leider van tal van orkesten, nu stelt Cober zichzelf de vraag wat muziekbeleving precies behelst. “Is dat de liefde voor de muziek of meer het chauvinisme voor de eigen vereniging of gemeenschap? Vroeger was er altijd die spanning of de uitdaging om op concours een half puntje meer te halen. Zeker in een dorp als Thorn, maar dat is minder geworden. Het gaat niet meer zo zeer om de uitslag als wel om de muziek en samen muziek maken, al zijn ze op sommige plaatsen nog waanzinnig fanatiek.” 

Cober ziet dat sommige orkesten het moeilijk hebben qua aanwas, voor een deel komt dat door de afkalving van de opleidingen. “De Koninklijke heeft de opleiding een paar jaar verwaarloosd, en dan zie je dat er een generatie wegvalt. Mijn voorganger, met alle respect, had geen enkel oog voor de opleiding.”

Herstel 
Een belangrijke rol legt hij bij de besturen van de orkesten. “Daar waar vooruitdenkende mensen zitten, is de vereniging nog gezond. Het probleem is dat je nauwelijks nog mensen vindt die hun tijd beschikbaar willen stellen, maar waar het wel gebeurt, past de dirigent bij het orkest en staat het orkest in de gemeenschap. Allebei de orkesten van Thorn hebben dat een beetje verloren maar nu herstelt zich dat weer. Thorn is klein en dat betekent dat er van buitenaf mensen zijn toegestroomd. Muzikanten die aangetrokken en betaald worden om de gewenste topprestatie te leveren. Maar dat gaat wel ten koste van je eigen mensen. Want die krijgen geen kans meer.”

  Hij steekt de hand in eigen boezem. “Dirigenten zijn er medeschuldig aan dat er zo gelet wordt op prestaties. Het concours is de marktplaats geworden voor de dirigent. Als hij scoort, verhoogt dat zijn marktwaarde, net als bij het voetbal. Bij de brassbands is het nog erger, daar gaat het alleen maar om de prestatie. Daar worden de dirigenten overal vandaan gevlogen. Die kant moeten we niet op.” 

'Ik heb nooit gedacht dat ik dat nog eens zou toegeven.

Dat is een bedrijf hè  
Maar hoe krijg je dan je bezetting op orde en haal je toch aansprekende resultaten? “Goede muzikale prestaties krijg je niet alleen door de beste mensen bij elkaar te brengen, maar muzikanten te laten functioneren op een niveau dat ze aankunnen. Die kun je optillen. Wat dat betreft is Sainte Cécile Eijsden een heel mooi voorbeeld. Het orkest heeft drie jeugdorkesten, dertien docenten in dienst, werkt meteen begroting van vier ton. Dat is een bedrijf hè? Bovendien staat het midden in de gemeenschap. Ze zijn zichtbaar op straat, gaan op reis, doen de processie, spelen in de kerk. Het gevoel van samen zijn is heel sterk. Dat verandert als je mensen van buiten haalt puur om prestaties neer te zetten.”

Maar Eijsden, waar volgens Cober de muziekinstrumenten niet aan te slepen zijn, is een uitzondering.  “Ja ik maak me zorgen. Ik heb nooit gedacht dat ik dat nog eens zou toegeven. Ik heb altijd gedacht: het zijn golfbewegingen. Nu is het toch heel serieus. Er zit heel veel talent van oorsprong in onze cultuur, maar we zijn chauvinistisch; we doen dat voor ons beperkte gebiedje, voor onze eigen club, iedereen is met zijn eigen ding bezig. Hoeveel dirigenten en muzikanten zie je bij de philharmonie zuid-nederland? Heel weinig. Hoeveel zijn er geïnteresseerd in andere orkesten? Ze gaan nog niet eens naar elkaar luisteren.

Prestige
Omdat hij les geeft aan diverse Conservatoria (orkestdirectie) krijgt hij veel bestuurders over de vloer die hem vragen om een goede dirigent. “Dan komen ze met namen aan en punten die ze hebben behaald op een concours. Ik vraag altijd: wat willen jullie, wat zijn jullie, wat wil je bereiken, wat voor vereniging wil je zijn? Zoek dan een dirigent die daarbij past! Maar vaak willen ze het niet snappen, want het gaat om prestige. Als het niet klopt, krijg je veel dirigentenwisselingen op korte termijn.”  

Cober ziet dat beeld wel kantelen. Er zijn steeds meer dirigenten die dat aanvoelen, die behalve dirigent ook mentor en psycholoog zijn. Hij steekt de hand ook in eigen boezem. Hij heeft zelf in het verleden ook vaak genoeg op resultaat gespeeld. “In de jaren negentig was er een enorme drang naar voren. Het Wereld Muziek Concours in 1993 was de top, hoger en beter kon niet meer. Ik ben dertien jaar weg geweest en er is best wat veranderd. Vanochtend tijdens de repetitie van de bokken hadden we geen hobo. Dat is me nog nooit gebeurd. Nou ja, eentje moest werken en de andere speelde op een concours van de Brabantse bond. Dan moet ik wel even slikken. Toch moet je er niet aan toe geven, je moet een klimaat proberen te scheppen waarin de muzikanten aanvoelen dat ze belangrijk zijn. Als we op concours gaan zeg ik: Geniet nou eens niet alleen van de prestatie maar ook van wat je voelt je als je samen muziek maakt.”

Laat hier een reactie achter

Vul onderstaand formulier in om een reactie achter te laten op dit artikel.
Uw reactie wordt eerst door de redactie gecontroleerd, alvorens deze wordt geplaatst bij het artikel.

Naar boven
Copyright 2018 - RadarLimburg - Jan Cober: genieten - Muziek in Limburg - Thema's