Sluiten
RadarLimburg
Volop natuur
Introductie
Toekomst
Feit
Geschiedenis
Opinie
Introductie

Nee, het gaat helemaal niet zo best met de natuur in Limburg. Hoewel het goed gaat met de bevers, wilde zwijnen, dassen en de oehoe's en het aantal hectaren natuurgebied nog flink zal toenemen. Het grootste probleem zit hem in de biodiversiteit. Het aantal soorten planten en dieren neemt aanzienlijk af. RadarLimburg trok de natuur in en ging op onderzoek uit.

Toekomst

Bij monde van Pieter van Melick van Natuurrijk Limburg geven de boeren het ronduit toe: ze hebben veel te veel rotzooi gespoten op hun akkers. Ze beloven beterschap door beter voor de natuur in en rond hun bedrijf te zorgen. Daar is nog heel veel voor nodig, blijkt ook uit het debat in onze podcast. 

Feit

Dertig jaar geleden kon je meteen je autoruit schoonmaken als je van Mook naar Eygelshoven was gereden. Maar het aantal insecten is dramatisch gekelderd en dat is slecht nieuws, vertelt imker Philip Apeldoorn. Intussen lijkt het dan weer goed te gaan met de bomen, beweert hoogleraar Schaminée.

Geschiedenis

De Nationale Parken in Limburg zoeken naar verdienmodellen om deels zelf de broek op te kunnen houden. Het is de enige grarantie om de natuur te beheren en de biodiversiteit te waarborgen.

Opinie

Mooi, de wolf staat op het punt van terugkeren. Maar hoe moet dat eigenlijk, samen leven met wilde dieren? We zochten een filosoof en een doener op en legden hen deze vraag voor.

Sluiten

Natuur in Limburg was rond 1900 een paradijs

Dierentuinen is een werkwoord
Dierentuinen is een werkwoord
Auteur
Emile Hollman
Bron
Ton Lenders, Jan Hermans
Datum
01-05-2019
5
Open item
Reageer op dit item

Voor mensen die houden van de natuur, moet Limburg pakweg honderd jaar geleden een paradijs zijn geweest, denkt Jan Hermans, libellendeskundige uit Linne. “Nu is natuur gedegradeerd tot een gazon met bloempotten.”

 

 

 

 

 

 

Voor mensen die houden van de natuur, moet Limburg pakweg honderd jaar geleden een paradijs zijn geweest, denkt Jan Hermans, libellendeskundige uit Linne. “Nu is natuur gedegradeerd tot een gazon met bloempotten.”

“Ik denk er liever niet aan hoe het vroeger is geweest”, zegt Jan Hermans mismoedig. Natuurlijk was het met de natuur rond 1900 veel beter gesteld dan nu. De landbouw was kleinschalig en de steenkoolmijnen moesten nog opgetuigd worden. “En er woonden veel minder mensen”, mijmert Hermans – in heel Nederland rond de eeuwwisseling zo’n 5 miljoen mensen. Maar de peelgebieden in het noorden van Limburg waren al in ontginning en de plateaus in het Zuid-Limburgse heuvelland werden al in de veertiende eeuw naar hartenlust ingericht en verkaveld.

Wie zich een voorstelling probeert te maken van een maagdelijk Limburg moet terug naar het einde van de laatste ijstijd, zo’n 11.000 jaar geleden, toen de huidige warme tijd begon.

Heide en veen

Vanaf het moment dat de eerste landbouwers zich rond 5300 voor Christus vestigden op één plek, werd natuur steeds meer omgezet in cultuurlandschap. De toename van de bevolking versnelde dat proces en al in de Middeleeuwen was er van authentieke natuur nauwelijks meer sprake. Niet alleen voor Limburg, voor heel Nederland gold dat er rond het voorlaatste millennium nauwelijks bossen waren, er was vooral heide en veen.

Bossen werden al zeldzaam aan het einde van de zeventiende eeuw. De bossen die overbleven, werden vooral geëxploiteerd om het hakhout. Aan het einde van de negentiende eeuw plantte men vooral productiebossen wat ten koste van de heide ging. Met de introductie van de kunstmest (na 1910) werden veel bossen weer opgeofferd voor landbouw.

Napoleon

Ton Lenders, adviseur van natuurgebied De Meinweg in Midden-Limburg denkt dat dit gebied rond 1900 in elk geval veel kaler en schraler was. “Dus minder begroeid dan nu.” In de jaren daarna werd er massaal bos bij geplant, met nog eens een hausse in de jaren dertig. De aanplant was vooral bedoeld voor de (mijn)industrie. Vooral dennenhout werd gebruikt om de ondergrondse pijlers te stutten. Lenders:  “Oorspronkelijke natuur vind je nergens meer. Toen Napoleon het veld had geruimd rond 1820, werd het huidige Meinweg-gebied verdeeld, daarvóór werd het gebruikt door twaalf verschillende gemeenten. De een verkocht zijn gebied aan de Duitse adel voor de jacht, de ander voor bosbouw. Er waren ook tal van akkertjes die extensief werden verbouwd, wat met name ten goede kwam aan allerlei akkeronkruiden. Het gebied is nu enorm verdroogd. De venen waren rijker en de bossen hadden meer soorten planten.”    

Scherp

“De invloed van de landbouw was zonder meer verrijkend. Er was geen bemesting, er waren natte hooilanden, frisse beekdalen en er waren uitgestrekte heiden”, schetst bioloog Jan Hermans. “Omdat de menselijke invloed gering was, rommelde men op veel plekken in het landschap waardoor de grond werd omgewoeld en waardoor er kleinschalige overgangen ontstonden tussen akker, bos en natuur. Nu zijn die grenzen scherp.”

Kwikstaart

Hij wijst naar de vlinders. De pimpernelblauwtjes zaten overal, de levend barende hagedis kwam veelvuldig voor en er waren enorm veel heidesoorten. “Als je ziet hoe de populaties veldleeuweriken en patrijzen achteruit zijn gegaan, ik denk wel meer dan negentig procent. De witte kwikstaart zie je veel minder dan dertig jaar geleden. Dat zijn echt de vogels van het oude boerenland, waar boeren hun eigen moestuintjes hadden, een paar schapen, een paardje en een varken. Het was allemaal harmonischer, het boerenerf trok vogels en insecten aan.” Vogels als hop en korhoen zijn nagenoeg verdwenen.   

Bloempotten

Als Jan Hermans de natuur van nu vergelijkt met die van tien jaar geleden, dan neemt hij het woord rampzalig in de mond. “Natuur is gedegradeerd tot een gazon, tot gebruiksgroen en de politiek heeft er beperkte aandacht voor. De buitengebieden zijn er enorm op achteruit gegaan, als er geen samenhang meer is, dan zijn de grote parken niet meer dan een soort bloempotten.”

Nu wijst hij naar de bever. “Je kunt op voorhand uittekenen hoe dat gaat. De politiek scoort mooi met de herintroductie van het beest en nu wordt het dier vogelvrij verklaard omdat er teveel zijn. Wat een hypocriete houding. Wat willen we in godsnaam?”

Sprinkhanen

Het is niet alleen maar bar en boos. Hermans ziet ook wel dat er veel geld is uitgegeven aan natuurherstel. En dat heeft bij de planten “best tot spectaculaire resultaten geleid. De zonnedauw heeft ervan geprofiteerd en de moeraswolfsklauw, de snavelbiezen, de klokjesgentiaan en de orchideeën. Ook insecten als de libellen en sommige sprinkhanen doen het goed, maar de dagvlinders, dat is een trieste zaak. Om de vlinders te behouden moet je een paar gezonde populaties overhouden om verder te kunnen. En die moeten dan weer terecht kunnen in een zelfde soort leefmilieu. Je kunt ze er ook naar toe brengen, maar dan ben je aan het dierentuinen.”  

Ton Lenders herinnert zich dat hij in de jaren zestig uren kon wandelen door de natuur zonder iemand tegen te komen. “Op dat vlak zijn we flink achteruit geboerd maar ik ben niet zo negatief hoor. Het is anders. Vroeger leerden de dorpsonderwijzers ons over de natuur. Tegenwoordig is dat onderdeel van toerisme.”

Laat hier een reactie achter

Vul onderstaand formulier in om een reactie achter te laten op dit artikel.
Uw reactie wordt eerst door de redactie gecontroleerd, alvorens deze wordt geplaatst bij het artikel.

Naar boven
Copyright 2018 - RadarLimburg - Dierentuinen is een werkwoord - Volop natuur - Thema's